masten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mas·ten

Zelfstandig naamwoord

masten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord mast

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.