Naar inhoud springen

marche

Uit WikiWoordenboek
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: marché
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  marche     la marche     marches     les marches  

marche v

  1. wandeltocht,  mars zn  [2]
  2. (muziek) een muziekstuk specifiek voor een mars
  3. traptrede; trede; tree [1]
vervoeging van
marcher

marche

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van marcher
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van marcher
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van marcher


vervoeging van
marchar

marche

  1. aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van marchar
  2. aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van marchar
  3. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van marchar