marché
Uiterlijk
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| marché | le marché | marchés | les marché |
marché m
marché
- voltooid deelwoord (participe passé) van marcher
- ↑ marché (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.
| vervoeging van |
|---|
| marchar |
marché
- eerste persoon enkelvoud verleden tijd (pretérito indefinido) van marchar
Categorieën:
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 6
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Frans
- Handel in het Frans
- Economie in het Frans
- Deelwoord in het Frans
- Woorden in het Spaans
- Woorden in het Spaans van lengte 6
- Werkwoordsvorm in het Spaans