manueel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·nu·eel
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen manueel manueler manueelst
verbogen manuele manuelere manueelste
partitief manueels manuelers -

Bijvoeglijk naamwoord

manueel

  1. van of met de handen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be