maande

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • maan·de

Werkwoord

vervoeging van
manen

maande

  1. enkelvoud verleden tijd van manen
    • Ik maande. 
    • Jij maande. 
    • Hij, zij, het maande.