maaltje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • maal·tje

Zelfstandig naamwoord

maaltje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord maal

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
77 % van de Vlamingen.