mêler
Uiterlijk
via Oudfrans mescler van vulgair Latijn misculare, weer afkomstig van Latijn miscere "mengen". [1]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| mêler |
mêlais |
mêlé |
| eerste groep | volledig | |
mêler
- overgankelijk mengen
- wederkerend verdunnen [1]
- wederkerend se ~ de: zich bemoeien met; zich bezighouden met
- ↑ mêler (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.