bemoeien

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·moei·en
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bemoeien
bemoeide
bemoeid
zwak -d volledig

Werkwoord

bemoeien

  1. wederkerend zich ~ met: zich inlaten met zaken waar men niets mee te maken heeft
    • Hij bemoeit zich er weer eens mee. 
  2. wederkerend zich ~ met: zich bekommeren om iemand
    • Ik bemoei me met niemand. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen