leidinggevend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lei·ding·ge·vend
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen leidinggevend
verbogen leidinggevende
partitief leidinggevends

Bijvoeglijk naamwoord

leidinggevend

  1. andere mensen leidend
    • Hij gaat zijn leidinggevende taak neerleggen. 

Werkwoord

vervoeging van: leidinggeven
verbogen vorm: leidinggevende

leidinggevend

  1. onvoltooid deelwoord van leidinggeven

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be