legateren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • le·ga·te·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
legateren
legateerde
gelegateerd
zwak -d volledig

Werkwoord

legateren

  1. nalaten, bij testament toewijzen
    • Hij legateerde zijn spullen aan de familie. 

Gangbaarheid

59 % van de Nederlanders
53 % van de Vlamingen.