lastte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • last·te

Werkwoord

vervoeging van
lasten

lastte

  1. enkelvoud verleden tijd van lasten
    • Ik lastte. 
    • Jij lastte. 
    • Hij, zij, het lastte.