lasten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • las·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
lasten
lastte
gelast
zwak -t volledig

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als [2], verouderde onbepaalde wijs van een werkwoord.

Werkwoord

vervoeging van
lassen

lasten

  1. meervoud verleden tijd van lassen
    • Wij lasten. 
    • Jullie lasten. 
    • Zij lasten. 
  2. (verouderd) met een vracht of opdracht bezwaren
Hyponiemen

Zelfstandig naamwoord

lasten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord last
     Hij had jaarlijks niet meer dan 800 euro aan vaste lasten en rommelde wat aan in de bouw.[2]

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Middelnederlands

Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

lasten

  1. met een vracht of opdracht bezwaren
Overerving en ontlening

Zelfstandig naamwoord

lasten

  1. soort bontwerk

Verwijzingen


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • las·ten
Naar frequentie 6393

Zelfstandig naamwoord

lasten

  1. nominatief bepaald mannelijk enkelvoud van last
Schrijfwijzen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • las·ten

Zelfstandig naamwoord

lasten

  1. nominatief bepaald mannelijk enkelvoud van last
Schrijfwijzen