langlauf

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lang·lauf

Werkwoord

vervoeging van
langlaufen

langlauf

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van langlaufen
    • Ik langlauf. 
  2. gebiedende wijs van langlaufen
    • Langlauf! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van langlaufen
    • Langlauf je? 

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie