laeze

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /læːzɐ/ (Etsbergs)
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
laeze
laas, loos
gelaeze
klasse 5 volledig

Werkwoord

laeze

  1. lezen