krenkten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • krenk·ten

Werkwoord

vervoeging van
krenken

krenkten

  1. meervoud verleden tijd van krenken
    • Wij krenkten. 
    • Jullie krenkten. 
    • Zij krenkten.