krankjorum

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • krank·jo·rum
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen krankjorum krankjorumer krankjorumst
verbogen krankjorume krankjorumere krankjorumste
partitief krankjorums krankjorumers -

Bijvoeglijk naamwoord

krankjorum

  1. idioot, gestoord, krankzinnig

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
80 % van de Vlamingen.