klaag

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klaag

Werkwoord

vervoeging van
klagen

klaag

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van klagen
    • Ik klaag. 
  2. gebiedende wijs van klagen
    • Klaag! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van klagen
    • Klaag je?