kimde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kim·de

Werkwoord

vervoeging van
kimmen

kimde

  1. enkelvoud verleden tijd van kimmen
    • Ik kimde. 
    • Jij kimde. 
    • Hij, zij, het kimde.