kansen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kan·sen

Zelfstandig naamwoord

kansen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord kans

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.