Naar inhoud springen

kalander

Uit WikiWoordenboek
[1] Een kalander in de papiermolen De Schoolmeester (Westzaan) op Wikipedia (nl)
  • ka·lan·der
enkelvoud meervoud
naamwoord kalander kalanders
verkleinwoord kalandertje kalandertjes

dekalanderv/m

  1. pers met twee draaiende cilinders om weefsel, leer of papier glad en glanzend te maken
vervoeging van
kalanderen

kalander

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kalanderen
    • Ik kalander. 
  2. gebiedende wijs van kalanderen
    • Kalander! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kalanderen
    • Kalander je? 
24 %van de Nederlanders;
30 %van de Vlamingen.[4]