Naar inhoud springen

kalanderen

Uit WikiWoordenboek
  • ka·lan·de·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
kalanderen
kalanderde
gekalanderd
zwak -d volledig

kalanderen [1]

  1. overgankelijk tussen rollen machinaal glad en glanzend persen
26 %van de Nederlanders;
28 %van de Vlamingen.[2]