kaartte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kaart·te

Werkwoord

vervoeging van
kaarten

kaartte

  1. enkelvoud verleden tijd van kaarten
    • Ik kaartte. 
    • Jij kaartte. 
    • Hij, zij, het kaartte.