Naar inhoud springen

kaard

Uit WikiWoordenboek
  • kaard
enkelvoud meervoud
naamwoord kaard kaarden
verkleinwoord - -

dekaardv/m

  1. plant van het geslacht Dipsacus, waarvan vroeger de bollen werden gebruikt om wol te kaarden
  2. bol van de weverskaarde
  3. ijzeren wolkam
vervoeging van
kaarden

kaard

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kaarden
    • Ik kaard. 
  2. gebiedende wijs van kaarden
    • Kaard! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kaarden
    • Kaard je? 
19 %van de Nederlanders;
20 %van de Vlamingen.[2]