joeg

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • joeg

Werkwoord

vervoeging van
jagen

joeg

  1. enkelvoud verleden tijd van jagen
    • Ik joeg. 
    • Jij joeg. 
    • Hij, zij, het joeg. 
Synoniemen

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders
74 % van de Vlamingen.