jaapt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • jaapt

Werkwoord

vervoeging van
japen

jaapt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van japen
    • Jij jaapt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van japen
    • Hij jaapt. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van japen
    • Jaapt!