ith

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Iers

Werkwoord

ith

  1. eten


Schots-Gaelisch

Uitspraak
IPA: /iç/
Gebiedende wijs Naamwoord
ith ithe v
Onafhankelijk Afhankelijk
Verleden tijd dh'ith do dh'ith
Toekomende tijd ithidh ith 
Voorwaardelijk dh'itheadh itheadh
1e pers enk. dh'ithinn ithinn
1e pers mv.

Werkwoord

ith

  1. eten
    «Ith do shàth!»
    Eet smakelijk!