invites

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • [A] in·vites
  • [B] in·vi·tes
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

invites mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord invite

Gangbaarheid


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
invitar

invites

  1. aanvoegende wijs tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van invitar
  2. gebiedende wijs (ontkennend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van invitar