inviteerde
Uiterlijk
- Geluid: inviteerde (hulp, bestand)
- in·vi·teer·de
| vervoeging van |
|---|
| inviteren |
inviteerde
- enkelvoud verleden tijd van inviteren
- Ik inviteerde.
- Jij inviteerde.
- Hij, zij, het inviteerde.
- Ik inviteerde.
- Het woord inviteerde staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.