intoetsen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·toet·sen
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

intoetsen

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
intoetsen
toetste in
ingetoetst
zwak -t volledig
  1. op de toetsen van een toetsenbord drukken
    • Hij toetste zijn pincode in op het toetsenbord van de betaalautomaat. 
    • Hij moest de eindeloze tekst van zijn scriptie nog helemaal intoetsen. 
Synoniemen
  1. intikken, intypen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.