inkom

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·kom

Werkwoord

vervoeging van
inkomen

inkom

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van inkomen
    • ... dat ik inkom. 

Gangbaarheid

51 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be