ijlde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ijl·de

Werkwoord

vervoeging van
ijlen

ijlde

  1. enkelvoud verleden tijd van ijlen
    • Ik ijlde. 
    • Jij ijlde. 
    • Hij, zij, het ijlde.