horten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hor·ten

Zelfstandig naamwoord

horten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord hort

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders
84 % van de Vlamingen.