hing

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hing

Werkwoord

vervoeging van
hangen

hing

  1. enkelvoud verleden tijd van hangen
    • Ik hing. 
    • Jij hing. 
    • Hij, zij, het hing. 
     De natte zweetsokken hing ik met veiligheidsspelden achter op mijn rugzak.[1]

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
86 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be