hing

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hing

Werkwoord

vervoeging van
hangen

hing

  1. enkelvoud verleden tijd van hangen
    • Ik hing. 
    • Jij hing. 
    • Hij, zij, het hing. 

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders
88 % van de Vlamingen.