herken
Uiterlijk
- her·ken
| vervoeging van |
|---|
| herkennen |
herken
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van herkennen
- Ik herken.
- gebiedende wijs van herkennen
- Herken!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van herkennen
- Herken je?
- ▸ Ik herken een zorgvuldig geklede oude dame die in de rij voor me in het vliegtuig zat.[1]
- ▸ De chef haalt wat deksels van pannen om me te laten zien welke heerlijkheden er staan te pruttelen, en in een grote oven zie ik schalen met lokale gerechten die ik herken van de lunch.[2]
- ▸ De chef haalt wat deksels van pannen om me te laten zien welke heerlijkheden er staan te pruttelen, en in een grote oven zie ik schalen met lokale gerechten die ik herken van de lunch.[2]
- Het woord herken staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Marion Pauw e.a.“4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
- 1 2 Ronald Giphart e.a.“Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471