hemmen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hem·men
Woordherkomst en -opbouw
  • klanknabootsing van hm

Werkwoord

hemmen [1]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
hemmen
hemde
gehemd
zwak -d volledig
  1. onbeduidend, instemmend of juist afwijzend geluid maken
Synoniemen

Gangbaarheid

32 % van de Nederlanders;
17 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen