hekste

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • heks·te

Werkwoord

vervoeging van
heksen

hekste

  1. enkelvoud verleden tijd van heksen
    • Ik hekste. 
    • Jij hekste. 
    • Hij, zij, het hekste.