hebbes

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • heb·bes

Tussenwerpsel

hebbes

  1. een uitroep geuit wanneer men iets heeft weten te vangen
    • "Hebbes!" riep hij toen hij eindelijk de gevallen trouwring uit het putje wist te halen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders
92 % van de Vlamingen.

Meer informatie