havezaten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ha·ve·za·ten

Zelfstandig naamwoord

havezaten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord havezaat

havezaten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord havezate

Gangbaarheid