havezaat
Uiterlijk
- ha·ve·zaat
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | havezaat | havezaten |
| verkleinwoord | - | - |
- Het woord havezaat staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "havezaat" herkend door:
| 59 % | van de Nederlanders; |
| 17 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ havezaat op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 59 %
- Prevalentie Vlaanderen 17 %