handschoenen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hand·schoe·nen

Zelfstandig naamwoord

handschoenen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord handschoen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.