halfdode

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • half·do·de

Bijvoeglijk naamwoord

halfdode

  1. verbogen vorm van de stellende trap van halfdood

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.