hakkelde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hak·kel·de

Werkwoord

vervoeging van
hakkelen

hakkelde

  1. enkelvoud verleden tijd van hakkelen
    • Ik hakkelde. 
    • Jij hakkelde. 
    • Hij, zij, het hakkelde.