Naar inhoud springen

grootouders

Uit WikiWoordenboek
  • groot·ou·ders

degrootoudersmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord grootouder
     Later in de maand februari mochten mijn grootouders met hun gezin terug naar hun huis in Bleskensgraaf.[1]
     Mijn grootouders bijvoorbeeld hadden nauwelijks te eten tijdens de hongerwinter.[2]
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[3]
  1. Teuntje de Haan
    “Een muur van water” (2018), Em. Querido's Uitgeverij op Wikipedia, ISBN 9789021409375
  2. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be