glorievol

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • glo·rie·vol
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen glorievol glorievoller glorievolst
verbogen glorievolle glorievollere glorievolste
partitief glorievols glorievollers -

Bijvoeglijk naamwoord

glorievol

  1. met veel glorie
    • Iedereen in de stad was heel blij na de glorievolle overwinning van het voetbalteam. 

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be