glooien

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • glooi·en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
glooien
glooide
geglooid
zwak -d volledig

Werkwoord

glooien

  1. (onpersoonlijk) licht golvend zijn, ten aanzien van een landschap.
    De kabbelende beekjes hebben gezorgd voor het glooien van het landschap.