gevoelvol

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·voel·vol
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gevoelvol gevoelvoller gevoelvolst
verbogen gevoelvolle gevoelvollere gevoelvolste
partitief gevoelvols gevoelvollers -

Bijvoeglijk naamwoord

gevoelvol

  1. met veel gevoel
    • De betrokken leraar hield een gevoelvol betoog naar aanleiding van het busongeluk dat zijn school had getroffen. 

Gangbaarheid

70 % van de Nederlanders;
70 % van de Vlamingen.