geuren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • geu·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van geur.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
geuren
geurde
gegeurd
zwak -d volledig

Werkwoord

geuren

  1. absoluut een aangenaam ruikende lucht verspreiden
    • De bloemenzee geurde en de bijen vlogen af en aan. 

Zelfstandig naamwoord

geuren mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord geur

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.