Naar inhoud springen

geuren

Uit WikiWoordenboek
  • geu·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
geuren
geurde
gegeurd
zwak -d volledig

geuren

  1. absoluut een aangenaam ruikende lucht verspreiden
    • De bloemenzee geurde en de bijen vlogen af en aan. 

degeurenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord geur
     Omdat ik word afgeleid door de heerlijke geuren die uit de keuken komen, heb ik pas laat door dat ik de stem ken die er vandaan komt.[5]
     Om hen heen dreigen de geuren van gebraden kip, het gestoofde fruit en de gretig leeggedronken kannen met wijn hun gesprek binnen te dringen, maar de magnetische aantrekkingskracht die Nella kennelijk voor Agnes heeft, verdrijft alles naar de achtergrond.[6]
  • iets in geuren en kleuren vertellen
iets heel enthousiast en uitgebreid vertellen

 In een huis in Pompeii is bijvoorbeeld een fresco gevonden waarop deze episode in geuren en kleuren afgebeeld werd.[7]

 Jan de Minstreel, de auteur van het leven van Willem de Maarschalk, geeft een uitgebreide opsomming van de verschillende troepen en deelnemende partijen, maar hij beschrijft ook het toernooi in geuren en kleuren: Ze bewapenden zich en gingen aan de slag.[7]
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[8]