geschakeerd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·scha·keerd
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van: schakeren…
verbogen vorm: geschakeerde

geschakeerd

  1. voltooid deelwoord van schakeren

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be