genoten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·no·ten
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
genieten

genoten

  1. meervoud verleden tijd van genieten
    • Wij genoten. 
    • Jullie genoten. 
    • Zij genoten. 
     Een aantal jongens had voor vertrek magic mushrooms genomen om de nacht nog magischer te maken. Ze genoten van hun psychedelische trip en vertelden uitgebreid over alle mooie kleuren die ze zagen.[1]
vervoeging van: genieten…
verbogen vorm: genotene

genoten

  1. voltooid deelwoord van genieten

Zelfstandig naamwoord

genoten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord genoot

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia