gelukwensten
Uiterlijk
- ge·luk·wens·ten
| vervoeging van |
|---|
| gelukwensen |
gelukwensten
- (in een bijzin) meervoud verleden tijd van gelukwensen
- ...dat wij gelukwensten.
- ...dat jullie gelukwensten.
- ...dat zij gelukwensten.
- ...dat wij gelukwensten.
- Het woord gelukwensten staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.